DE COACH ‘Als het je overkomt, meld het dan’, zei een strafrechtadvocate op tv. Ze reageerde op de affaire Jelle Brandt Corstius versus Gijs van Dam, twee oud-collega’s met totaal verschillende herinneringen aan een avond in het Kurhaus. Als de #MeToo-discussie niet was losgebarsten, had journalist Brandt Corstius waarschijnlijk nog steeds niet naar buiten gebracht wat hem sinds 2002 al dwarszit.

‘Meld het zo snel mogelijk’, is ook het advies dat ik als loopbaancoach zou geven. Houd ongewenst of ontoelaatbaar gedrag van collega’s of leidinggevenden niet voor je. Al ben je bang voor de gevolgen, schaam je je en twijfel je of je wordt geloofd; zoek iemand die te vertrouwen is. Dat kan een goede collega, de vertrouwenspersoon van de organisatie, een HR-adviseur of een bedrijfsarts zijn. Hoe sneller je bespreekt wat je is overkomen, hoe beter je nog weet wat er precies is gebeurd. Laat die ander je helpen om de feiten van de emoties te scheiden en onderzoek samen of er sprake is van seksuele intimidatie.

Als loopbaanadviseur heb ik nog nooit zulke verhalen van kandidaten gehoord. Een jonge studente journalistiek nam me wel een keer in vertrouwen op een redactie waar we werkten. Ze voelde zich belaagd door een medewerker die zich aan haar zou opdringen. ’s Nachts sliep ze er niet van, overdag deed ze haar best hem te ontlopen. Met haar goedkeuring vertelde ik haar verhaal aan de eindredacteur. Die raapte al zijn moed bij elkaar om de collega erop aan te spreken. Meteen was het afgelopen.

Nog effectiever is zelf grenzen stellen. Iemand in mijn netwerk vertelde hoe ze kennismaakte met een leidinggevende in het ziekenhuis waar ze werkte. ‘Ik heb van vriendinnen al veel over je gehoord’, zei ze. ‘Bij mij niet doen, hè.’ Ze heeft niet één keer last gehad van zijn handen op verkeerde plekken.

In het Amerikaanse zakenblad Forbes stond in juli vorig jaar al een artikel met de titel ‘Wat moet je doen als je te maken krijgt met seksuele intimidatie’. Na acht tips van een arbeidsjuriste volgde een PS: ‘Wees je ervan bewust dat anderen ook last van je collega of leidinggevende kunnen hebben als jij niets onderneemt.’

Natuurlijk helpt het als organisaties goede voorwaarden scheppen om in actie te kunnen komen. Elke zichzelf respecterende mediaorganisatie heeft een vertrouwenspersoon. Liefst iemand die trainingen volgt, bijvoorbeeld in gesprekstechnieken. Deze persoon moet een sterke positie hebben in de organisatie en makkelijk toegankelijk zijn. Ook de klachtenregeling moet op orde zijn.

Bij RTL Nieuws drong arbeidspsycholoog Tosca Gort erop aan dat leidinggevenden het voortouw nemen. ‘Mensen aan de top moeten zich krachtig uitspreken over seksuele intimidatie. Ze moeten aangeven dat die niet in de doofpot wordt gestopt en keihard wordt aangepakt.’ Oud-hoofdredacteur Hans Laroes bleek dat te hebben gedaan, vertelde hij eind oktober tijdens een debatavond van Vrouw en Media. ‘Ik heb bij de NOS weleens iemand weggestuurd vanwege seksuele intimidatie.’

Bij navraag blijkt dat geen ontslag op staande voet te zijn geweest. Hans Laroes heeft die persoon gezegd dat hij weg moest en de eer aan zichzelf moest houden. Hulde voor zijn optreden. Hij voegt er wel aan toe dat vervelende of bedreigende situaties vaker niet dan wel worden gemeld. Daarom nogmaals: als het je overkomt, toon lef.

Tips van Jolan

Wat kun je doen als je te maken hebt met seksuele intimidatie?
* Laat de ander duidelijk blijken dat je er niet van gediend bent.
* Maak aantekeningen van wat er gebeurt.
* Bewaar alle mails, apps, Snapchats, etc. die de ander je heeft gestuurd.
* Pols anderen of ze ook last hebben (gehad). Samen sta je sterker.
* Vertel iemand die je vertrouwt wat er is gebeurd (vertrouwenspersoon van je organisatie, goede collega, leidinggevende, HR). Bespreek samen of het om ontoelaatbaar gedrag gaat.
* Bekijk de klachtenregeling en de CAO.
* Je kunt een klacht indienen bij je werkgever of in het uiterste geval naar de rechter stappen.

Hoe voorkom je dat je ongewenste intimiteiten begaat?
*    Wees je ervan bewust dat het voor je collega lastig kan zijn grenzen aan te geven in hiërarchisch of collegiaal verband.
*    Signalen kunnen tegenstrijdig of verwarrend zijn: wat een ja lijkt, is niet altijd een ja.
*    Blijf niet doorgaan als je merkt dat je collega niet ingaat op je avances, grappen of berichten.
* Let goed op iemands lichaamstaal. Als je collega wegkijkt, je wegduwt of gespannen wordt, zijn dat negatieve signalen.
* Wees je ervan bewust dat de ander nog lang schade kan ondervinden van grensoverschrijdend gedrag.