We zijn klaar met het functioneringsgesprek en willen liever continu feedback, blijkt uit onderzoek. Maar we komen er niet echt onderuit. Dus: hoe houd je het functioneringsgesprek een beetje leuk voor jezelf?

Nooit meer een beoordelingsgesprek: dat klinkt één op de vijf mensen als muziek in de oren. Vier op de vijf mensen vinden dat functionerings- en beoordelingsgesprekken hun langste tijd gehad hebben, zo blijkt uit onderzoek. Maar, zolang je baas het wil, moet je er maar aan geloven. Hoe houd je zo’n gesprek leuk en nuttig? We vroegen het Tosca Gort, werkcoach en arbeidspsycholoog.

1. Geef aan dat je vaker wilt praten
De meeste werknemers hebben ongeveer twee keer per jaar een functionerings- of beoordelingsgesprek. “Maar het kan ook vaker”, zegt Gort. “Zorg gewoon dat je elke maand iets inplant met je leidinggevende. Gewoon even zitten, praten over hoe het gaat. Claim de tijd van je chef gewoon, vráág om die feedback, wacht niet tot het functionerings- of beoordelingsgesprek er weer aan komt.”

Op die manier maak je het ‘échte’ gesprek minder officieel en eng. “Je hebt niet zulke grote dingen meer te bespreken, dankzij de eerdere gesprekken. Bovendien heb je minder kans dat er dingen rauw op je dak vallen. Ik kom best vaak mensen tegen die tijdens hun functioneringsgesprek dingen horen waarvan ze denken: als ik dit drie maanden eerder had gehoord, was het geen issue geweest.”

2. Check je competenties
Je kunt meer feedback krijgen en komt zelfverzekerder over als je weet op welke competenties je wordt beoordeeld of waarover wordt gesproken. “Die competenties kun je van tevoren opvragen of bespreken. Daar heb je recht op. Grote kans dat je aan het kortste eind trekt als je onvoorbereid zo’n gesprek in gaat.” Dus, tipt Gort: bedenk van tevoren waar je je op hebt gefocust de afgelopen periode, maak een lijstje van je competenties en zet daarachter een voorbeeld.

3. Lees je dossier achteraf
Niet heel leuk om te doen, wel nuttig: vraag de notulen van het gesprek die in je (juridisch) dossier worden opgenomen. “Heel belangrijk”, zegt Gort. “Check of dat wat in het dossier wordt opgenomen, ook echt klopt, overeenkomt met jouw woorden. Staan er feitelijke onjuistheden in? Geef dat aan! Misschien is het een beetje paranoia, maar je wilt voorkomen dat er vervelende situaties ontstaan.”

Want: om iemand te ontslaan, is een juridisch, bijgehouden dossier nodig. Ook een mogelijkheid: het gesprek opnemen. “Dan sta je sterk, maar je wekt wel argwaan. Het is beter om gewoon van het goede uit te gaan en het verslag achteraf voor de zekerheid even door te nemen.”

4. Bepaal de locatie zelf
Een kleine, maar praktische tip van Gort: stel zélf een locatie voor voor je gesprek. “Ga lunchen op een fijne plek buiten kantoor, even in een fijne, relaxte omgeving. Of ga naar een leuke koffietent. Dan wordt het minder zwaar. En wedden dat je werkgever het ook leuk vindt? Het is altijd beter dan zestien gesprekken op één dag in een kantoortje achteraf op drie hoog.”

5. Bekijk jezelf kritisch
“Voordat je een gesprek in gaat, is het goed naar jezelf te kijken: hoe voel ik me? Ben ik tevreden?” Als je dat doorhebt, kun je er vervolgens voor waken dat je niet in de slachtofferrol kruipt, weet Gort. Ze noemt de term ‘geleerde hulpeloosheid’, die vaak voorkomt in de (arbeids)psychologie. “Sommige mensen hebben daar last van, omdat ze hebben geaccepteerd dat ze zich niet oké voelen op hun werk. Ze hebben zich erbij neergelegd, zijn een beetje uitgeblust. En ja, dan word je heel bang voor een functioneringsgesprek.”

Dit moet je eigenlijk vóór zijn, zegt Gort. “Een werkcoach kan je helpen. We zien vaak dat mensen te laat bij ons komen, dan zitten ze al te lang vast. Zo zonde. Ieder mens kan op zijn werk het heft in eigen handen nemen. Je moet alleen weten hóe.”

Bron: RTLz