In dit boek geeft Waals een kijkje in de keuken bij de totstandkoming van zijn publicaties en verduidelijkt hij hoe de rechter tot haar oordeel kwam in de gewonnen rechtszaak die tegen hem werd aangespannen. Ook verklaren hersenspecialisten en psychologen het gedrag van machtsmisbruikers en zedendelinquenten, en brengen artiesten en slachtoffers nieuwe, gedetailleerde feiten aan het licht. Zowel in de theaterwereld, als in de zorg-, horeca- en sportbranche. Welke rol speelde de media, waarom durft men nu pas te praten en wat is exact een heksenjacht? In deze uitgave de antwoorden.

 

Tosca Gort heeft vanuit haar rol als arbeids- en organisatiepsycholoog meegewerkt aan de volgende hoofdstukken:

Hoofdstuk 3. Media & Wetenschap

3.2 De Machtswellusteling 126
3.3 Wetenschap in het strafrecht 136
3.4 De kop van jut, wat nu? 139
3.5 Opkrabbelen 145

 

 

Quotes van Tosca Gort:

Organisatie- en arbeidspsycholoog Tosca Gort,
die het fenomeen vanuit de psychologie benaderd, zegt
dat veel te verklaren is door het systeem waarin mensen
werken. ‘We denken altijd dat we heel eigen en uniek
zijn in ons gedrag, maar vaak gedragen we ons
simpelweg naar het systeem dat er heerst in de
samenleving of een bepaalde bedrijfscultuur. Een grof
maar duidelijk voorbeeld: als wij in Nazi-Duitsland
waren geboren, was de kans groot geweest dat we
hadden leren rekenen op een nazi-school en op gezette
tijden netjes salueerden. Puur omdat je in dat systeem
leeft. De kans dat je daar dan in meegaat is in zo’n geval
negentig procent. Plak dat nu eens op een situatie
waarin iemand gedragingen van misbruik gaat vertonen
of daar het slachtoffer van wordt, dan kun je daarbij
soms onmogelijk naar die ene enkele handeling kijken
die te ver gaat. In het systeem waarin je opereert zitten
meestal al heel veel factoren waardoor iets kan
ontstaan. Conflict mijdende managers, bijvoorbeeld. Of
geen beleid voeren, een jarenlange gedoogsituatie,
mannen/vrouwen die zich niet verenigen onderling of
niet hebben geleerd hun eigen grenzen aan te geven en
respecteren. Al die kleine stapjes bouwen op tot een
situatie waarin je het gevoel krijgt niet te kunnen
ontsnappen, omdat je letterlijk de coping en de tools
niet hebt aangeleerd in jouw systeem van aangeleerde
gewoontes en omgeving, om daar weer uit te kunnen
komen. Dat maakt het dat misbruik een voortvloeisel is

van meerdere factoren en bovendien iets wat
structureel of op grotere schaal kan voorkomen.
Wanneer de klokkenluider eenmaal is opgestaan, zijn de
ogen open en kun je de zaken in het systeem aanwijzen
die het geheel ziek maken. Dikwijls is dat iemand die al
een dergelijke naam voor zichzelf heeft opgebouwd,
niets meer te verliezen heeft of van buitenaf komt en
vanuit hun vorige omgeving direct zien dat er iets mis is.
Zij kunnen inmiddels voldoende op zichzelf vertrouwen
om vanuit de normen en waarden die ze hebben
meegekregen aan de bel te trekken.’ Wanneer een dader
niet op grote schaal maar zo nu en dan eens wordt
gewezen op zijn gedragingen, wil dit niet direct
betekenen dat hij of zij er ook ogenblikkelijk mee stopt.
‘Het verlangen naar een bepaalde verslaving of
gewoonte en het daaraan hangende beloningssysteem
kan sterk zijn. Verlangen naar seks, drank of sigaretten
en je daardoor weer goed voelen als het even tegenzit is
voor sommigen een verslaving. Enkel met controle van
buitenaf kun je dit eruit redeneren en hopen dat het
vervolgens een tijd goed gaat. Het verlangen kan echter
altijd blijven prevaleren, bijvoorbeeld in stresssituaties.’

 

Gort is het eens met G. dat daders voor hun gevoel
gemakkelijk weg kunnen komen met onbehoorlijk
gedrag. ‘Veel zaken die best erg zijn kunnen ons
eigenlijk niet zoveel schelen. Dat zit in iedereen, alleen
komt het er bij de ene persoon net wat heftiger uit dan
bij de ander. Ieder mens doet elke dag wel iets wat een
ander schade zou kunnen berokkenen, maar meestal
gaat het dan om kleine, onbenullige dingen op het
moment zelf. Iets waar je niet op zult worden
aangesproken en min of meer sociaal geaccepteerd is.
Als je bijvoorbeeld in een restaurant met een lekker glas
champagne een feestje aan het vieren bent en de sfeer is
goed, dan eet je sneller dat zeldzame stukje vlees van
dat ene dier waarvan er steeds minder van rondlopen,
dan wanneer je dat op een doordeweekse dag thuis zou
doen. Niet dat het verboden is, maar het is een
voorbeeld van hoe je je moraal een klein beetje oprekt.
Elke avond zien we dat de wereld in brand staat en dat

er mensonterende zaken gebeuren. De kans dat we ons
gemotiveerd voelen om er iets aan te doen is praktisch
nihil. De setting is oké en het is sociaal geaccepteerd om
er niets aan te doen, dus dan is het in orde. Zoiets kan
leiden in sommige situaties leiden tot het prisoners
dilemma. Een mooi experiment daarvan is een test
waarbij personen met blauwe ogen gescheiden worden
van mensen met bruine ogen, waarbij de ene kleur
heerst over de andere. Ja kan gewoon als groep
besluiten om hier niet in mee te gaan maar al snel is er
acceptatie. Of de patiënt in de wachtkamer die bij elke
pieptoon door de speakers opstaat van zijn stoel en
weer gaat zitten. Nieuwe binnenkomers zien dat,
kopiëren het gedrag om niet uit de toon te vallen en
blijven dit doen, zelfs wanneer de allereerste patiënt
allang is vertrokken. Het hoort zo, dat is het systeem,
maar waarom we het doen… geen idee. Daarom dus:
systemen zijn sterker dan mensen en leidinggevende
personen die over de scheef gaan worden gedoogd
omdat het systeem ernstige mankementen vertoont.
Zwak voor de slachtoffers maar sterk voor de dader, die
niet altijd perse een psychopaat hoeft te zijn, maar
simpelweg gebruik maakt van de kansen die hij krijgt en
het klimaat dat heerst.’

Er van doordrongen zijn buiten de lijntjes te kleuren of
dat bij anderen te zien en toch je mond houden.

 

Gort is het eens met Goosen dat daders voor hun gevoel
gemakkelijk weg kunnen komen met onbehoorlijk
gedrag. ‘Veel zaken die best erg zijn kunnen ons
eigenlijk niet zoveel schelen. Dat zit in iedereen, alleen
komt het er bij de ene persoon net wat heftiger uit dan
bij de ander. Ieder mens doet elke dag wel iets wat een
ander schade zou kunnen berokkenen, maar meestal
gaat het dan om kleine, onbenullige dingen op het
moment zelf. Iets waar je niet op zult worden
aangesproken en min of meer sociaal geaccepteerd is.
Als je bijvoorbeeld in een restaurant met een lekker glas
champagne een feestje aan het vieren bent en de sfeer is
goed, dan eet je sneller dat zeldzame stukje vlees van
dat ene dier waarvan er steeds minder van rondlopen,
dan wanneer je dat op een doordeweekse dag thuis zou
doen. Niet dat het verboden is, maar het is een
voorbeeld van hoe je je moraal een klein beetje oprekt.
Elke avond zien we dat de wereld in brand staat en dat

19
er mensonterende zaken gebeuren. De kans dat we ons
gemotiveerd voelen om er iets aan te doen is praktisch
nihil. De setting is oké en het is sociaal geaccepteerd om
er niets aan te doen, dus dan is het in orde. Zoiets kan
leiden in sommige situaties leiden tot het prisoners
dilemma. Een mooi experiment daarvan is een test
waarbij personen met blauwe ogen gescheiden worden
van mensen met bruine ogen, waarbij de ene kleur
heerst over de andere. Ja kan gewoon als groep
besluiten om hier niet in mee te gaan maar al snel is er
acceptatie. Of de patiënt in de wachtkamer die bij elke
pieptoon door de speakers opstaat van zijn stoel en
weer gaat zitten. Nieuwe binnenkomers zien dat,
kopiëren het gedrag om niet uit de toon te vallen en
blijven dit doen, zelfs wanneer de allereerste patiënt
allang is vertrokken. Het hoort zo, dat is het systeem,
maar waarom we het doen… geen idee. Daarom dus:
systemen zijn sterker dan mensen en leidinggevende
personen die over de scheef gaan worden gedoogd
omdat het systeem ernstige mankementen vertoont.
Zwak voor de slachtoffers maar sterk voor de dader, die
niet altijd perse een psychopaat hoeft te zijn, maar
simpelweg gebruik maakt van de kansen die hij krijgt en
het klimaat dat heerst.’
Er van doordrongen zijn buiten de lijntjes te kleuren of
dat bij anderen te zien en toch je mond houden.

 

Gort is het eens met Goosen dat daders voor hun gevoel
gemakkelijk weg kunnen komen met onbehoorlijk
gedrag. ‘Veel zaken die best erg zijn kunnen ons
eigenlijk niet zoveel schelen. Dat zit in iedereen, alleen
komt het er bij de ene persoon net wat heftiger uit dan
bij de ander. Ieder mens doet elke dag wel iets wat een
ander schade zou kunnen berokkenen, maar meestal
gaat het dan om kleine, onbenullige dingen op het
moment zelf. Iets waar je niet op zult worden
aangesproken en min of meer sociaal geaccepteerd is.
Als je bijvoorbeeld in een restaurant met een lekker glas
champagne een feestje aan het vieren bent en de sfeer is
goed, dan eet je sneller dat zeldzame stukje vlees van
dat ene dier waarvan er steeds minder van rondlopen,
dan wanneer je dat op een doordeweekse dag thuis zou
doen. Niet dat het verboden is, maar het is een
voorbeeld van hoe je je moraal een klein beetje oprekt.
Elke avond zien we dat de wereld in brand staat en dat

19
er mensonterende zaken gebeuren. De kans dat we ons
gemotiveerd voelen om er iets aan te doen is praktisch
nihil. De setting is oké en het is sociaal geaccepteerd om
er niets aan te doen, dus dan is het in orde. Zoiets kan
leiden in sommige situaties leiden tot het prisoners
dilemma. Een mooi experiment daarvan is een test
waarbij personen met blauwe ogen gescheiden worden
van mensen met bruine ogen, waarbij de ene kleur
heerst over de andere. Ja kan gewoon als groep
besluiten om hier niet in mee te gaan maar al snel is er
acceptatie. Of de patiënt in de wachtkamer die bij elke
pieptoon door de speakers opstaat van zijn stoel en
weer gaat zitten. Nieuwe binnenkomers zien dat,
kopiëren het gedrag om niet uit de toon te vallen en
blijven dit doen, zelfs wanneer de allereerste patiënt
allang is vertrokken. Het hoort zo, dat is het systeem,
maar waarom we het doen… geen idee. Daarom dus:
systemen zijn sterker dan mensen en leidinggevende
personen die over de scheef gaan worden gedoogd
omdat het systeem ernstige mankementen vertoont.
Zwak voor de slachtoffers maar sterk voor de dader, die
niet altijd perse een psychopaat hoeft te zijn, maar
simpelweg gebruik maakt van de kansen die hij krijgt en
het klimaat dat heerst.’
Er van doordrongen zijn buiten de lijntjes te kleuren of
dat bij anderen te zien en toch je mond houden.