‘Mijn huilbui overviel me. Ik was bang dat mijn collega’s me hysterisch vonden’

De een barst al in huilen uit bij milde kritiek, de ander houdt het zelfs bij het overlijden van een naaste droog. Of je nu snel emotioneel wordt of niet, huilen op de werkvloer hoeft helemaal niet erg te zijn. Volgens deskundigen wordt kwetsbaarheid op kantoor juist steeds meer gewaardeerd.

Een paar maanden geleden barstte de Amsterdamse Paula Contreras Carballada (42) in snikken uit op haar werk. ,,Ik stond met een collega in het laboratorium waar we les kregen’’, vertelt Contreras Carballada, docent Chemie bij Avans Hogeschool in Breda. ,,Ik was behoorlijk gespannen. De werkdruk was hoog, ook omdat ik tijdelijk lessen van een zieke collega overnam. Ik had daardoor nauwelijks tijd voor mezelf. Mijn collega maakte een opmerking over mijn uiterlijk. Ze vond me er moe uitzien, zei ze. Haar commentaar was blijkbaar de druppel: ik begon meteen te snikken. Mijn huilbui overviel me. Op dat moment vond ik het zelfs heel gênant. Ik was bang dat mijn collega’s me hysterisch vonden. Het voelde alsof ik mezelf niet onder controle had.’’

Tosca Gort, arbeids- en organisatiepsycholoog bij Gort Coaching ziet dat het tonen van zulke emoties op kantoor steeds minder taboe is. ,,Je ziet het eigenlijk al aan ons kijkgedrag’’, zegt Gort. ,,Op tv geldt tegenwoordig: hoe rauwer, hoe beter.” We kijken volgens Gort graag naar mensen die kwetsbaar durven te zijn en die hang naar echtheid vertaalt zich ook naar onze maatschappij en de werkvloer. ,,Een huilbui op zijn tijd is niet funest voor je carrière.’’

Ad Vingerhoets, ’s werelds enige huilhoogleraar, onderstreept de trend van kwetsbaarheid op de werkvloer. ,,Mensen associëren tranen lang niet altijd meer met zwakte. De ene na de andere mediapersoonlijkheid toont zijn emoties aan het oog van de wereld. Je merkt dat zelfs mannen daardoor positiever op een huilbui reageren dan vroeger.’’ Vingerhoest wijst er wel op dat een sniffende vrouw minder serieus wordt genomen dan een emotionele man. ,,Als een man snikt, denken we eerder dat er iets ernstigs aan de hand is. Bij vrouwen denken mensen toch gauw: dat is een huilebalk. Of: zij kan de baan gewoon niet aan’’. Ook andere vrouwen denken vaker negatief over een grienende vrouw, weet Vingerhoets, die als hoogleraar emoties en welbevinden verbonden is aan de Universiteit van Tilburg.

Cijfers hoe vaak we op het werk huilen, zijn er volgens Vingerhoets niet veel. Wel heeft zijn universiteit enige tijd geleden een onderzoek gehouden onder artsen, verpleegkundigen en co-assistenten. Daaruit bleek dat ruim 80 procent het afgelopen jaar gehuild had, rond de 40 procent ook op het werk, en ongeveer 20 procent zelfs in het bijzijn van een patiënt. Veel artsen schamen zich voor hun tranen, blijkt uit het onderzoek. De helft van de 776 ondervraagde artsen vindt het ongepast als artsen in de spreekkamer huilen. Patiënten blijken ook zeer verdeeld of ze dat wel gepast vinden.

Het cliché dat vrouwen veel vaker tranen vergieten dan mannen klopt, blijkt uit een representatieve steekproef onder de Nederlandse bevolking. In het westen huilen vrouwen tussen de twee en vijf keer per maand, laat Vingerhoets weten. Dat is twee tot vijf keer zo vaak als volwassen mannen. Gemiddeld snikken zij maximaal een keer per twee maanden.

Ook Rowan van der Linden (27) heeft weleens gehuild op haar werk. Op een drukke zaterdagmiddag in 2012 is ze zoals elk weekend achter de kassa aan het werk in de Albert Heijn in Zierikzee. Een vaste klant informeert naar haar moeder, die op dat moment ernstig ziek is. ,,Mijn moeder had longkanker en de prognoses waren heel slecht’’, vertelt Van der Linden, inmiddels afgestudeerd pedagoog. Op de vraag van de klant schiet ze opeens vol. ,,Het was me tot dan toe altijd gelukt om me in te houden, maar de tranen stroomden als vanzelf over mijn wangen, terwijl ik ondertussen haar boodschappen bleef scannen.’’ De klant reageerde meelevend en probeerde Van der Linden te troosten ,,Ze was heel lief en begripvol’’, herinnert ze zich. ,,Mijn leidinggevende kwam naar me toe en vroeg of ik niet even iets wilde drinken. In de bedrijfskantine liet ik me helemaal gaan. Er waren collega’s die me probeerden te troosten. Eigenlijk reageerde iedereen hartstikke lief.’’

Bewijs van echtheid
Iedereen zal het begrijpen dat de tranen beginnen te stromen bij een ingrijpende gebeurtenis in je privéleven. Maar ook als je emotioneel wordt bij het vertrekken van een geliefde collega, of om het binnenhalen van een mooie klus, wordt het vaker wel dan niet geaccepteerd. Gort: ,,Tranen gelden als een bewijs van echtheid. De collega wordt mens en laat zien dat hij écht om zijn werk en om zijn collega’s geeft. Het toont je betrokkenheid.’’

Toch zijn de situatie en de timing belangrijk, zegt Gort. ,,Als je tranen vergiet bij het geven van een presentatie of bij taken die bij je functie horen, dan wek je de indruk dat je niet stevig genoeg bent voor de baan.’’ In die situaties kunnen emotionele uitbarstingen volgens haar worden gezien als onprofessioneel en zwak. En je kunt het te bont maken door te vaak te huilen, of te snel. Bijvoorbeeld door frustraties over een irritante collega.

De collega van Contreras Carballada reageerde begripvol op haar huilbui. ,,Ze gaf me meteen een knuffel en we hebben er later uitvoerig over gesproken. Eigenlijk was ze vooral ongerust, daarom merkte ze op dat ik er moe uitzag.’’ Achteraf gezien is Contreras Carballada blij dat ze haar tranen niet in bedwang kon houden. ,,Het was voor mij een signaal dat ik teveel hooi op mijn vork had genomen. Sinds dat incident probeer ik mijn grenzen beter aan te geven. Zo bezien was die huilbui dus heel nuttig.’’

Ook Van der Linden gelooft niet in het onderdrukken van negatieve emoties. ,,Ik vind: als je verdriet hebt, moet het eruit. Ergens is het mooi, want je stelt je kwetsbaar op. Collega’s leren je op een bepaalde manier beter kennen.’’

Huilende collega
,,Over het algemeen hebben we liever een collega die af en toe huilt, dan iemand die nooit emoties toont”, zegt Vingerhoets. ,,Dat komt omdat we huilen associëren met positieve kenmerken, zoals betrouwbaar, eerlijk, warm en empathisch.” Toch is het ook sterk persoonsgebonden. ,,Als de collega wordt gezien als onoprecht of onaardig, dan denken mensen sneller dat het om krokodillentranen gaat. En dat roept juist grote afkeer op.’’

Zelf huilen we liever niet op het werk, weet Vingerhoets. Ook niet als een collega of werktaken de aanleiding vormen voor een huilbui. De meeste mensen laten de tranen pas de vrije loop als ze thuis zijn, of in de auto op weg naar huis. De hoogleraar ziet een piek tussen zeven en tien uur ’s avonds. ,,We sniffen het liefst alleen of met een vertrouwd persoon in de buurt.”