Het lijkt erop dat thuiswerken voorlopig voor veel mensen een blijvertje is. Hoe is dat voor mensen die net een nieuwe baan hebben en digitaal moeten worden ingewerkt? ”Een virtuele borrel is niet als the real thing.”

Jacqueline Dijkstra (60) uit Groningen werd in februari aangenomen als ICT’er. Iets langer dan een maand kon ze op locatie werken. In maart werd daar plots een streep doorheen gezet. ”Ik was nog helemaal niet ingewerkt. Eenmaal thuis dacht ik: wat moet ik nou doen dan? Ik had echt geen idee.”

Haar baas had daar ook geen helder antwoord op. ”Het was ontzettend chaotisch, want voor hen was het ook nieuw om vanuit huis te werken. Er was even geen tijd om te zorgen voor die nieuwe werknemer,” zegt Jacqueline. Toch probeerde ze er iets van te maken. “Maar het was ontzettend lastig. Ik kon ook geen band opbouwen met collega’s want ik kende ze niet. Er was een appgroep maar daar werd ik niet aan toegevoegd. En er was slechts één keer per week een online vergadering”, zegt ze.

‘Er is zo veel mogelijk, we leven in een goede tijd’
En juist dat soort contact is belangrijk volgens arbeidspsychologe Tosca Gort. ”Ik adviseer mensen om echt tijd te maken om elkaar goed te leren kennen, door bijvoorbeeld de hele dag Zoom aan te laten staan. Dan is er de hele tijd iemand voor je, net alsof je op kantoor komt.” Eerder dacht ze dat het onmogelijk zou zijn iemand digitaal in te werken. Maar daar komt ze nu op terug. ”Er is zoveel mogelijk, we leven wat dat betreft in een goede tijd.’’

Bij content en PR-bureau Marcommit maakten ze daar veel gebruik van. Zij hebben er een digitaal programma voor. ”Iemand inwerken betekent ook iemand welkom laten voelen”, vindt manager Endie van Laar. Elke ochtend planden zij een digitale vergadering in. Om te praten over werk, maar ook voor de zogenoemde ‘koffiepraat’. ”Dat is eigenlijk heel vreemd, op kantoor plan je dat natuurlijk niet in: we gaan nu vijf minuten even over onzin praten”, zegt Van Laar.

Volgens hem is het uiteindelijk goed verlopen om hun nieuwe werknemers op deze manier in te werken. ”Maar het blijft prettiger om bij elkaar te zijn. Dan haal je er toch meer uit.”

Daar is de Utrechtse Martijn de Gooijer (43) het mee eens. Hij zou op 16 maart beginnen bij Marcommit, onder leiding van Van Laar. ”Ik keek er enorm naar uit, maar een week van tevoren werd de lockdown aangekondigd. Ik werd gerustgesteld dat ik alsnog kon beginnen, maar ik dacht: hoe dan?”

Expliciet vragen om feedback
Inhoudelijk wist Martijn zich wel te redden, hij had al flink wat werkervaring op zak. Toch vond hij het lastig. ”Je hebt natuurlijk ambitie als je ergens begint. Je wilt dingen laten zien, elkaar leren kennen.” Wat hij vooral miste was feedback van collega’s over kleinere, informele dingen. ”Daar moet je heel expliciet om vragen. Hoe heb ik het gedaan? Dat is niet altijd makkelijk”, zegt hij.

Volgens Martijn heeft zijn manager hem inderdaad zo goed mogelijk op weg geholpen: ”Zo hadden we bijvoorbeeld een virtuele borrel. Thuis werden vooraf biertjes en borrelnootjes bezorgd. Superleuk, maar toch niet the real thing.”

‘Weinig bereikt na half jaar’
Zulk soort initiatieven kwamen ze bij Jacqueline’s werk niet mee aanzetten. Integendeel. ”Wij deden één keer per week aan videobellen. Dan moest je vertellen waar je mee bezig was en dat was het, next.” Meermaals heeft ze haar baas verteld ermee te worstelen. Maar een oplossing kwam er niet. ”Ik werk er nu een half jaar en ik heb voor mijn gevoel weinig bereikt”, verzucht Jacqueline.

Martijn herkent zich daar gelukkig niet in. Wel geeft hij aan het – ondanks zijn fijne werkgever – toch een moeilijke periode was. Inmiddels werkt hij voor de helft op kantoor. ”Sinds dat kan is toch een last van mijn schouders gevallen. Ik voel veel beter aan waar ik sta in het team en wat ik kan toevoegen. En het belangrijkste is dat ik niet meer zo onzeker ben. Ik ben echt onderdeel van het team.”