Zowel hoger- als lageropgeleiden durven steeds vaker te kiezen voor een nieuwe beroep in een andere sector. ‘Tien jaar geleden werd twijfelen aan je baan nog gezien als zwakte, nu is het een teken van kracht.’

“Op zoek naar een nieuwe uitdaging”, is een veelgehoord cliché over de overstap naar een nieuwe baan, maar voor steeds meer werknemers gaat dat cliché inmiddels echt op. In 2018 stapten ruim 740.000 mensen over naar een andere sector. Van administratief medewerker tot pannekoekenbakker, van advocaat tot eigenaar van een bed and breakfast.

Een paar jaar geleden waren dat er nog veel minder. In 2014 maakten zo’n 540.000 mensen de overstap naar een nieuwe sector, blijkt uit cijfers van het CBS. “Dat is echt fors ­gegroeid en bevestigt het beeld dat we hebben”, zegt Rob Witjes, hoofd ­arbeidsmarktinformatie van het UWV. “Die stijging is in de eerste plaats toe te schrijven aan de groeiende economie, waardoor mensen sneller durven te veranderen.”

Lagere drempel
Maar veel belangrijker zijn maatschappelijke trends die ervoor zorgen dat een groeiend aantal werknemers een totaal andere baan überhaupt overweegt, stelt arbeidspsycholoog Tosca Gort. “Meer mensen dan ooit zijn bezig met persoonlijke ontwikkeling en met zingeving”, ziet Gort. “En niet alleen millennials, maar juist ook vijftigers en zestigers.”

Het aantal mensen dat daadwerkelijk overstapt, is maar het topje van de ijsberg van de groep mensen die een sectorswitch overweegt, stelt Gort. Van advocaten op de Zuidas tot personeel in de bouw: nadenken over een andere carrière is populair, ziet Gort. Haar bedrijf Gortcoaching verwelkomt maandelijks verspreid door het land vierhonderd nieuwe klanten die ­advies willen over een nieuwe job.

“Tien jaar geleden was het nog een teken van zwakte om op verjaardagen openlijk te twijfelen over je baan. Maar nu is dat juist een teken van kracht. De drempel om iets anders te gaan doen is veel lager.” Vooral mensen met commerciële en administratieve functies scholen zich om of ­beginnen ergens anders, blijkt uit de cijfers van het CBS.

Werk moet leuk zijn
De gedachte dat werk vooral ­zoveel mogelijk geld moet opleveren, is voor veel mensen passé, ziet Gort. “Er wordt meer waarde gehecht aan dat werk leuk moet zijn en iets zegt over je persoonlijkheid.”

Ze denkt dat de collectieve behoefte aan zelfontplooiing komt doordat de banen in meer sectoren voor het oprapen liggen. Als het niet lukt, is er vast weer een andere baan beschikbaar. “Ik zie ook dat mensen ontslag nemen en het gewoon even een tijdje aankijken. Dat is echt nieuw.”

Witjes van het UWV ziet vooral dat bij veel vijftigers is doorgedrongen dat de pensioengerechtigde leeftijd steeds later is. Dat zorgt voor een ­andere mentaliteit. “Oudere werknemers denken niet meer: ‘We zitten de tijd wel uit.’ Ze willen er nog iets van maken”, vertelt Witjes.

Risico’s
Een van de kopstukken van de ‘sectorswitchers’ is Merel van Vroonhoven. Vorige maand was ze nog ­bestuursvoorzitter van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), de toezichthouder in de financiële sector. Deze maand startte ze aan de Pabo om tot leerkracht in het speciaal onderwijs omgedoopt te worden. “Mensen zien dit soort voorbeelden, maar worden tegenwoordig ook binnen hun eigen bedrijf gestimuleerd om na te denken over wat nou echt bij past”, zegt Gort. “Managers zeggen nu zelf: ‘Gaan we op deze voet verder of denk je dat je beter iets anders kunt doen?’”

Toch waarschuwt Gort voor de ­risico’s van een totaal nieuwe werkomgeving. De praktijk op de nieuwe werkvloer is soms maar een schim van de lang gekoesterde droom. “Arbeidspsychologen merken dat sommige werknemers te snel aan iets nieuws denken.” En om pas echt voldoening uit het werk te kunnen halen, zul je altijd door een zure appel heen moeten bijten, zegt Gort. “Voldoening uit het werk wordt vaak pas bereikt nadat je iets hebt overwonnen, zoals een lastige klus. Dan ervaar je trots. Maar daarvoor moet je wel even de tijd ­nemen en beseffen dat het gras niet altijd groener is aan de overkant.”